Visie, werking en praktische info

Voorwoord

We zien de methodetekst als een dynamisch werkdocument dat de basis vormt voor de gehele werking van de Freinetschool De Muze.  Accenten kunnen op langere of kortere termijn gewijzigd worden.

1. Visie

‘De Muze…elk van ons heeft een Muze, reeds gevonden of ergens diep van binnen.
Op de Muze op zoek gaan naar die muzen in jezelf, ermee aan de slag gaan…
Vandaar de naam die we voor onze school hebben gekozen.

1.1 Uitgangspunten
A. Basisideeën
  • Pluralisme

Wij streven naar een houding die getuigd van respect voor alle overtuigingen op maatschappelijk, politiek, filosofisch en/of religieus vlak onafhankelijk van ras- , gender- of lichaamskenmerken.

  • Evenwicht – individu – maatschappij

Het zoeken naar een harmonieus evenwicht in de verhouding individu en maatschappij is een tweede uitgangspunt. We pleiten voor een kritische en creatieve onderzoekshouding om te komen tot een grotere zelfontplooiing en zelfwaardering van het individu. Vanuit de basisdemocratie en solidariteit streven we naar een groter maatschappelijk engagement.

B. Basisdoelstellingen

Als algemeen vertrekpunt stellen wij dat de specifieke leef- en denkwereld van het kind het uitgangspunt vormt waaruit leerprocessen vertrekken.

  • In de ontwikkeling en het leren staat het kind centraal.
  • De totale ontplooiing van het kind staat voorop.

De school werkt met alle aspecten van het kind; zowel het verstandelijke, emotionele, creatieve, communicatieve, lichamelijke, sociale aspect als de wilsontwikkeling komen aan bod. Enkel deze totale benadering biedt kansen om tot een harmonische zelfontplooiing te komen.

  • De school wil kinderen helpen uitgroeien tot sociale en zelfstandige mensen.
    Onderdelen hiervan zijn:

a. respect voor zichzelf, andere mensen en omgeving.
b. het opbouwen van weerbaarheid
c. zich kwetsbaar kunnen opstellen
d. luisteren naar elkaar

  • In de werking van de school is er zowel aandacht voor het individuele kind als voor de groep. De nadruk ligt op het groepsgebeuren, de groepsdynamiek en de groepsverbondenheid.
  • De school is geen eiland, daarom is een open houding tegenover de maatschappij noodzakelijk.

Om al deze doelstellingen optimaal na te streven, kiezen wij voor een kleinschalige school waar kinderen zich thuis voelen.

C. Relaties kinderen – begeleiders – ouders

Kind – begeleider
De relatie kind-begeleider is zeer specifiek en essentieel. Als basis wordt de houding van gelijkwaardigheid aangenomen.

Ruimte scheppen
Aan elk kind wordt zoveel mogelijk ruimte gegeven. Om conflicten zoveel mogelijk te vermijden, worden er regels en afspraken gemaakt. Regels worden bepaald door de school en moeten zonder meer gevolgd worden, bijvoorbeeld aanvangsuur school. Afspraken komen meestal tot stand in samenwerking met de kinderen en kunnen veranderen wanneer de gegeven situatie verandert.

Persoonlijke relatie
De begeleiders worden met hun voornaam aangesproken. De begeleiders gaan een persoonlijke relatie aan met de kinderen. Wij stimuleren de kinderen om zichzelf te zijn. Wij gaan uit van een eerlijke en echte houding ten opzichte van de kinderen. Veel aandacht wordt besteed aan de specifieke leefwereld van de kinderen om zo hun bedoelingen juister te kunnen begrijpen. Op deze manier kunnen wij beter inspelen op wat zij vragen, vertellen en opmerken.

Respect en verantwoordelijkheid
Wij verwachten van de kinderen, dat ze respect en verantwoordelijkheid kunnen opnemen.
Het materiaal en de lokalen dienen ze met zorg te hanteren zodat het ook voor anderen nog optimaal bruikbaar is. Opgedane kennis en vaardigheden doorgeven aan elkaar is eveneens een verantwoordelijkheid. Meningen en gevoelens worden geformuleerd en onderling uitgewisseld met respect voor de ander. We besteden aandacht aan verbindend communiceren in de hele school. Het spreekt voor zich dat deze verwachtingen afhankelijk zijn van de leeftijd van het kind.

Individuele groei en ontwikkeling
We gaan er vanuit dat keuzes van kinderen overeenstemmen met hun persoonlijke groei en ontwikkeling. Vanuit die optiek vinden wij het belangrijk om de weg niet strikt voor hen uit te stippelen, maar hen een kader aan te bieden en hen te stimuleren om zelf en samen op ontdekkingstocht te gaan. De kinderen maken op creatief, sociaal, lichamelijk, emotioneel, communicatief en verstandelijk vlak een evolutie door. We vinden het belangrijk dat bij elke activiteit aandacht geschonken wordt aan deze verschillende aspecten. We proberen ook rekening te houden met het verschil in moment waarop elk kind deze ontwikkeling doormaakt.

 

1.2 De Freinetmethode

Om aan voorgaande uitgangspunten te beantwoorden opteert de school voor de Freinet-methode. Hieronder worden een aantal van de gebruikte Freinettechnieken besproken. (woordenboek)

Begeleiders
Geen juffen of meesters maar begeleiders met een voornaam. We willen geen kunstmatige afstand creëren en van bovenaf alles opleggen, maar samen met hen al zoekend op weg gaan.

De ronde
De ronde is een moment waarin kinderen kwijt kunnen wat hen bezighoudt. Uit de rondes halen kinderen en begeleiders informatie om in de klas mee aan de slag te gaan, gekoppeld aan de leerplandoelen.

Mogelijke rondes:
– praatronde: kinderen praten over hun emoties en gevoelens.
– toonronde: kinderen brengen iets mee uit hun belevingswereld dat kan leiden tot een       onderzoek of project.
– boekenronde: jongere kinderen brengen boeken mee die aansluiten bij het onderzoek of project. In de oudere leefgroepen presenteren kinderen het boek dat ze hebben gelezen. De boekenronde wil leesplezier bevorderen.
– tekstronde: in deze ronde stellen kinderen hun geschreven teksten de creatieve verwerking ervan, voor. De teksten worden inhoudelijk, taalkundig en stilistisch besproken.
– actua: in deze ronde bespreken we wat er op dat moment in de wereld gebeurt.

In de hogere leefgroepen zijn er gemengde rondes. Kinderen kunnen er hun afgewerkte teksten, onderzoeken, actua’s, crea’s voorstellen. Ze worden op een respectvolle manier besproken met de groep.


Vrije teksten
De naam zegt het al: de kinderen bepalen zelf waarover ze schrijven en in welke vorm ze dat doen. De kleuters komen tot een vrije tekst via de vrije expressie. Op die manier leert de kleuter spelenderwijs omgaan met taal. Zodra de kinderen voldoende schrijfvaardig zijn, schrijven ze hun teksten zelf, weliswaar met de hulp van de begeleider. Bij elke tekst kan een creatief werkje horen: een tekening, een schilderij, een knutselwerk……
De kinderen mogen hun tekst voorlezen.
Er kan ook een vrije tekst van de week gekozen worden op klas- en/of schoolniveau.
De vrije teksten zijn belangrijk bij het verwerken van ervaringen en vormen de stimulans voor aanvankelijk lezen en het verdere taalonderwijs. Zo zijn ze ondermeer de basis voor spelling, klaskranten, correspondentie en taalbeschouwing.

Levend Rekenen
Kinderen komen in het dagelijks leven, binnen en buiten de school, heel wat rekenproblemen tegen: zware boekentas, pizza’s maken, fietsen, de klas schilderen,… Al deze gegevens kunnen aanleiding zijn tot rekenonderzoek. De inhouden worden dan onderzocht en verder uitgediept.
Naast deze levensechte onderzoeken, wordt er ook gewerkt met de rekenmethode ‘Wiskanjers’.

Natuurlijk leren lezen en schrijven
In het eerste leerjaar gebruikt men geen vast handboek met een vaste leesmethode; men gaat leren lezen en schrijven met de woorden, zinnen en teksten van de kinderen zelf. Een zin uit de praatronde gaat men visualiseren, ontleden en op allerlei creatieve manieren verwerken. Telkens komen er nieuwe zinnen en woorden bij, waar er weer gerefereerd wordt naar vorige zinnen of letters uit woorden. Op deze manier zijn de kinderen extra gemotiveerd om de woorden echt te leren kennen en wordt taal een levendige activiteit waar de betrokkenheid groot is.

Zelfstandig werk
Om kinderen te helpen uitgroeien tot zelfstandige jongeren die hun tijd optimaal gebruiken, hanteert men een week- en dagplanning. Deze planning bestaat uit een aantal vaste momenten zoals rondes, project, rekenen en taal en zelfstandig werk. Deze tijd kan door de kinderen zelf ingevuld worden. Wat de kinderen plannen, wordt regelmatig (minstens wekelijks) gecontroleerd. Bij de jongsten werkt men vooral met een dagplanning, bij de oudsten komt de weekplanning op de eerste plaats. Belangrijk is dat kinderen zelf keuzes leren maken en daarvoor verantwoordelijkheid nemen.

Het kabinet
Het kabinet, dat doorgaans 1 maal per week gehouden wordt, is als het ware het parlement van de klas. In het kabinet worden afspraken gemaakt, in vraag gesteld en/of eventueel gewijzigd. De kabinetronde bestaat uit twee onderdelen, nl. ideeën en problemen..

Het parlement
De doelstelling van het parlement is vergelijkbaar met het kabinet, maar richt zich tot de volledige school en wordt slechts 2 maal per maand samengeroepen. Alle kinderen, ook de jongsten, kunnen hun klachten, ideeën en dergelijke deponeren in een brievenbus. Na ieder punt wordt er een duidelijk besluit geformuleerd. Belangrijke punten worden doorgegeven aan het team en/of de Raad van Bestuur.

Projecten
De ervaringen en interesses van de kinderen zijn zeer belangrijk in ons onderwijs. Vanuit onze werking blijkt door welke onderwerpen de kinderen geboeid worden en welke zij verder kunnen uitdiepen. Zo ontstaan een aantal voorstellen voor projecten. Hieruit kiezen zij een onderwerp, formuleren zij de einddoelen en stellen zij de planning op. Zij verzamelen informatie over het onderwerp en leggen afspraken vast voor uitstappen en bezoeken. De oudste kinderen staan hier zelf voor in. De duur van een project kan variëren. Soms stellen de kinderen bij afsluiting hun uitgewerkt project voor aan de school, de ouders en andere geïnteresseerden.

Correspondentie
De schoolcorrespondentie is een uitwisseling van vrije teksten, klaskranten, schriftelijke verslagen van projecten, persoonlijke brieven enz. met een klas van een andere school, een persoon of een organisatie. De correspondentie is een belangrijke voedingsbodem voor projecten, taalactiviteiten en voor het dagelijkse klasleven. Kennis maken met andere milieus zorgt voor socio-culturele verrijking. Een goede communicatie tussen de betrokken begeleiders is fundamenteel. Het corresponderen blijft dan niet tot louter schrijven beperkt. Zo kunnen de klassen elkaar af en toe bezoeken, bijvoorbeeld bij een projectafsluiting. Door het regelmatig opsturen van materiaal (foto’s, video’s, werkjes) houden zij het contact levendig.

Atelier
Regelmatig zijn er ateliers in de school. Hier komen allerhande creatieve, muzische activiteiten aan bod.
De kinderen geven zelf onderwerpen aan of het is een uitwerking van een onderdeel van het lopende project of er is een ouder met kunstzinnige talenten of…Soms gebeuren er ook schoolateliers. De kinderen werken in kleinere groepen en alle leefgroepen worden gemengd. De nadruk ligt niet alleen op het muzische, maar ook op sociale vaardigheden.De oudsten nemen mee zorg op voor de jongsten en de jongsten leren van de ouderen.

Cultuurbeschouwing
Wij geven geen godsdienst- of zedenleerlessen. De basis vertrekt vanuit respect. Respect voor zichzelf, de ander en onze aarde. We gebruiken hiervoor het ‘Cahier cultuurbeschouwing’ van Fopem. Er wordt ook verder gewerkt vanuit de vragen of meningen van de kinderen zelf, met respect voor, en een gezonde nieuwsgierigheid naar, de verschillende beschouwingen. We gaan ook aan de slag met ‘Verbindend communiceren’. Dit integreren we in heel onze werking.

Vrije werktijd
Dit is het moment waarbinnen kinderen zelf hun activiteiten bepalen. Het is vooral een moment om zelfstandig te werken, individueel, partnerwerk of in kleine groepen. Kinderen kiezen in samenspraak met de begeleider voor het verder uitwerken van een taak, een werkstuk, tekening, expressie,… Zo kunnen er binnen de vrije werktijd momenten van rustige of levendige activiteiten zijn. Elke leefgroep heeft hierin een eigen cultuur.

Frans
Vanaf de kleuterklas leren de kinderen op een speelse manier Frans. Dit gebeurt ofwel door ouders, ofwel door een externe vrijwilliger. Vanaf schooljaar 2018-2019 neemt Danita deze taak op zich.

2. Freinetschool De Muze

2.1. Juridische aard :

De school werd opgericht in 2003 door enkele begeleiders en wordt samen met de ouders gedragen. Het bestuur van Freinetschool De Muze vzw, heeft als juridische structuur een vereniging zonder winstoogmerk. Ouders, personeel en andere medewerkers kunnen lid worden van de Algemene Vergadering van Freinetschool De Muze, die minstens éénmaal per jaar samenkomt. Uit de algemene vergadering wordt om de drie jaar een raad van bestuur verkozen. Deze raad komt gemiddeld éénmaal per maand samen. Andere geïnteresseerden mogen de vergaderingen van de raad van bestuur bijwonen maar dit wel zonder stemrecht. Als de raad van bestuur over personeelsleden of kinderen vergadert, kan de aanwezigheid van teamleden of geïnteresseerden geweigerd worden.

De huidige samenstelling van de raad van bestuur is te vinden op de website. Onder deze beheer-raadsleden worden een Voorzitter en een Penningmeester verkozen.

De Muze is een coöperatieve school : kinderen, ouders, team, administratieve medewerkers en andere beroepskrachten werken op alle niveau’s samen om de school gestalte te geven.

2.2. De organen van de school

Organigram De Muze

Koepelstructuur
De Muze vzw is sinds haar oprichting lid van de Federatie van Onafhankelijke Pluralistische Emancipatorische Methode-scholen v.z.w., afgekort tot FOPEM. Deze federatie zorgt voor de belangenverdediging naar de overheid toe, voor kennis- en informatie-uitwisseling tussen de scholen en vestigingsplaatsen, en voor nascholing en navorming van begeleiders, coördinatoren en ouders.

De Muze is sinds 2006 lid van de SOM , de scholengemeenschap van onafhankelijke methode-scholen. Begin juli 2003 hebben de FOPEM-scholen een uitzondering gekregen om een scholen-gemeenschap te vormen in een geografisch veel groter gebied dan de voorziene drie aangrenzende zones, en dat werd de SOM.

De Muze is sinds 2007 een vestigingsplaats van de VLOM (Vlaamse Onafhankelijke Methodeschool). De VLOM is een school met meerdere vestigingsplaatsen waaronder De Buurt (Gent), De Weide (Erpe-Mere), De Klimboom (Wezemaal) en dus ook De Muze (Haacht). De normen die de overheid oplegt qua minimum aantal leerlingen gelden voor het geheel van de VLOM en laten De Muze toe om kleinschalig te blijven.

De algemene vergadering
Dit is het hoogste beslissingsorgaan van de vzw De Muze. Het schoolbestuur, alle leerkrachten en alle gezinnen kunnen deel uitmaken van de algemene vergadering. Deze komt minstens één maal per jaar samen.

De raad van bestuur
Die zorgt voor de dagelijkse leiding van de school. Deze raad is evenwichtig samengesteld uit begeleiders ( beurtrol onder alle begeleiders en minstens met twee aanwezig ) en ouders. De bevoegdheden van de raad zijn vastgesteld in de statuten. De raad vergadert minstens éénmaal per maand.
Volgens artikel 8 van het participatiedecreet is onze school vrijgesteld van het oprichten van een schoolraad omdat er in de raad van bestuur een billijk evenwicht bestaat tussen vertegenwoordigers van personeel en van ouders.

Dagelijks bestuur
Het dagelijks bestuur beslist voor kleinere urgente zaken gebaseerd op vroegere principiële beslissingen van de raad van bestuur en zorgt voor de opvolging van uitgestelde agendapunten. (bv. De penningmeester stemt af met de administratief directeur over een dringend financieel aspect, een verantwoordelijke stemt af met een teamlid over pc-aangelegenheden, …..)

De klasavonden (leefgroepbijeenkomsten)
De ouders van elke klas komen minstens 2 keer per jaar in groep samen met de begeleider. Het reilen en zeilen in de klas wordt dan uitvoerig besproken.

De oudercontacten (individueel)
Dit zijn de gesprekken, minstens twee keer per jaar, tussen een begeleider en de ouders van een kind uit de leefgroep. Ze gaan over hoe het kind functioneert op sociaal- en emotioneel vlak evenals over wat het kind bereikt heeft binnen de verschillende leergebieden.

De verantwoordelijken (ouders)
Deze vrijwilligers zijn actief rond praktische en inhoudelijke thema’s: gebouw, was, poets, soep, feesten, marketing en publiciteit, ICT, milieuzorg op school , … . De verantwoordelijken zorgen voor een “werkgroep” rondom zich, al naargelang het gebeuren. Ze kunnen organiseren (mensen contac-teren, initiatieven voorbereiden, lijsten omhoog hangen en opvolgen etc.)
Financiën gaan via het team of de penningmeester.

Het team
Het team bestaat uit de begeleiders van de Muze. Elke begeleider heeft bewust gekozen om te onderwijzen binnen de pedagogie van Freinet. Het team vormt een coherente groep met een gemeenschappelijke visie ten aanzien van de onderwijsvorm en de benadering van de kinderen. Het team werkt de krijtlijnen uit wat het pedagogisch denken op school betreft. Zij komen wekelijks na schooltijd samen om te vergaderen en stemmen af met de Raad van Bestuur.

Het parlement
Dit orgaan is samengesteld uit alle kinderen van de lagere school en hun begeleiders en ook uit een afvaardiging van de oudste kleuters. Zij komen wekelijks of tweewekelijks samen. In de parlementbus kunnen de kinderen, de begeleiders, de ouders en andere betrokkenen opmerkingen en wensen formuleren. Die worden dan behandeld op het parlement.

Het kabinet
Dit komt één keer per week samen op niveau van de klas, omdat de dagelijkse werking van de klas een zaak is van de hele groep. De kinderen bespreken daar samen met de begeleider het klasge-beuren in al zijn aspecten, zowel positieve als negatieve. Regels worden er afgesproken of gewijzigd, conflicten worden uitgepraat, problemen opgelost, voorstellen besproken. En niet te vergeten: er worden ook pluimen gegeven!

2.3. Samenwerking met de externe instanties

Centrum voor leerlingenbegeleiding
Onze school heeft een samenwerkingsovereenkomst met het Vrij CLB te Haacht. Daartoe sluit de school met het centrum een beleidscontract. Dit centrum ondersteunt de school en de ouders om de gezondheid en de groei- en ontwikkelingskansen van kinderen en jongeren te bevorderen. Het biedt hulp aan leerkrachten, ouders en leerlingen als er zich problemen voordoen.

We hebben een vast contactpersoon op het CLB. Het CLB ondersteunt ook de gezondheidspreventie op school. De arts en de verpleegkundige van het CLB zijn verantwoordelijk voor de maatregelen om de uitbreiding van besmettelijke ziekten te voorkomen. Zij bieden ook vaccinaties aan.

Het CLB organiseert regelmatig consulten voor alle leerlingen van bepaalde leerjaren om gezondheids-risico’s en mogelijke afwijkingen tijdig op te sporen. Voor de kleuters wordt in de 1e kleuterklas vooral aandacht besteed aan de groei en aan de ogen van de kinderen. In de 2e kleuterklas is er een algemeen medisch onderzoek. In de lagere school wordt in het 1e en in het 3e leerjaar ook gekeken naar de groei, de ogen en het gebit van de kinderen. In het 5e leerjaar is er dan een 2e algemeen medisch onderzoek. Voor elke consult krijgen de ouders een vragenlijst. Nadien ontvangen zij een verslag met eventuele adviezen of met verwijzing naar een behandelende arts.

2.4. Communicatie binnen en buiten de school

Rechtstreekse communicatie
De Muze is een stukje ‘samen leven’ waar er ook wel eens ‘samen gebotst’ kan worden. Belangrijk hierbij is dat we vragen om meteen naar de persoon in kwestie te stappen en met hem /haar hierover in gesprek te gaan. Lukt dit niet zo goed, kan je naar een collega-begeleider stappen of anders naar de vertrouwenspersoon. Bedoeling is steeds om in gesprek te gaan met elkaar en niet te wachten tot roddels of andere negatieve uitlatingen voor onderlinge strubbelingen zouden zorgen.

Prikbord en infobord
Aan de inkom hangen een prikbord en een infobord. Op deze 2 borden komt alle schoolnieuws terecht, aankondigingen van activiteiten, kluslijsten, …

Postvakjes
Elk gezin heeft zijn postvakje in de overdekte. Je vindt er verslagen van vergaderingen, uitnodigingen, bestuursweetjes,…

E-mail
Elke vrijdag krijgen alle gezinnen de Muzepraktisch. Daarin vind je alle nieuwtjes, praktische afspraken, pluimen, planningen van de volgende week, …
Ook andere afspraken die per leefgroep gemaakt worden, gebeuren dikwijls per mail.

Verslagen
Van de vergaderingen van de Raad van Bestuur en van de Algemene Vergaderingen wordt telkens een verslag gemaakt. Deze zijn ter inzage in de administratie.

Website
Het uithangbord om bij te blijven over het gebeuren op de Muze: demuze.eventconsulting.Be.

3. Samenleven op de Muze

3.1. Organisatie van de lessen en schooluren

Een schooldag begint om 8.40u. stipt en eindigt om 15.35u.
Op woensdag eindigt de school om 12.00u.
Te laat komen stoort in hoge mate de werking van de groepen.
Kinderen die te laat komen nemen niet meer deel aan de praatronde. Ze komen in stilte de klas binnen en gaan op hun plaats zitten.

3.2. De basisregels en afspraken voor een goede schoolwerking

Het samenleven en werken vraagt een aantal regels en afspraken. We proberen zoveel mogelijk in overleg met de kinderen, begeleiders en/of ouders de afspraken te maken. Toch zijn er een aantal basisregels waarvan we verwachten dat iedereen (kinderen, ouders en personeel) er zich aan houdt.

  • We zorgen voor een propere en ordelijke school. Concreet betekent dit: alles op de plaats waar het hoort.

Aan de kinderen wordt gevraagd:

    • de boekentassen op de afgesproken plaats te zetten
    • jassen en schoenen op te bergen en pantoffels aan te trekken.

Aan de ouders wordt gevraagd:

    • om kleuters en jonge kinderen hierbij te helpen
    • pantoffels en laarzen mee te geven en regelmatig te controleren
    • alle kledij, ook sportgerief, en brooddozen te naamtekenen.

Aan de begeleiders wordt gevraagd om regelmatig het achtergebleven materiaal te sorteren.

  • We hebben respect voor elkaar, voor planten, voor dieren en voor materiaal. Wij werken deze regel concreet uit in de klas, samen met de kinderen.
  • De kinderen horen op school aanwezig te zijn om 8.35u. De lessen starten om 8.40u. Wij verwachten van alle ouders, dat zij zorgen dat hun kinderen op tijd aanwezig zijn. Indien door ziekte of andere reden, een kind niet naar school komt, gelieve te verwittigen vóór 9.00u.
  • Tijdens de pauzes bevinden de leerlingen zich in principe niet in de gangen of in de lokalen, tenzij met toestemming van een begeleider.
  • Om de plaats van toezicht te verlaten, moeten de kinderen toestemming vragen. Om veiligheidsredenen vragen we aan de ouders om de poort dicht te trekken bij aankomst en vertrek.

Naast deze regels gelden in de school een aantal afspraken. Deze zijn in overleg tot stand gekomen en kunnen door alle partijen opnieuw in vraag gesteld worden.

  • Voor de kinderen gelden een aantal tuinafspraken voor pauzes en opvang.
  • De voeding proberen we op school zo gezond mogelijk te houden. Tijdens de pauze krijgen de kinderen een koek of een stuk bio-fruit; tijdens de middagpauze kan er melk of water gedronken worden (één keer per week chocomelk, één keer soep). Aan de ouders vragen we om geen snoep, chocolade, chips en frisdranken mee te geven. Om gezondheidsredenen kunnen met de begeleider andere afspraken gemaakt worden.

 

3.3. Voor- en naschoolse opvang

In de lokalen van Freinetschool De Muze zal Hop-la! zowel voor- als naschools opvang voorzien:

VOORSCHOOLS:

  • wie?: alle kleutertjes en leerlingen van de lagere school die ’s morgens voor de aanvang van de lessen opvang nodig hebben
  • wanneer?: 7u45 tot 8u30
  • hoe?: kinderen worden door hun ouders naar het opvanglokaal gebracht en ingeschreven

NASCHOOLS:

  • wie?: alle kleutertjes en leerlingen van de lagere school die na schooltijd opvang nodig hebben
  • wanneer?: op maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag: 15u45 – 17u30,
  • hoe?: alle kinderen die om 15u45 nog op school zijn komen automatisch in de opvang terecht. Zij kunnen daar opgehaald en uitgeschreven worden tot 17u30

WOENSDAG:

  • wie?: alle kleutertjes en leerlingen van de lagere school die na schooltijd opvang nodig hebben
  • wanneer?: korte schoolopvang Hop-la in De Muze!: van 12u15 tot 13u
    lange opvang in Het Wespenestje: tot 18u
    (hoofdlocatie te Wespelaar: Grote Baan 54 3150 Wespelaar)
  • hoe?: om 12u15 komen alle aanwezige kinderen automatisch in de schoolopvang terecht. Zij die voor 13u opgehaald worden blijven ter plaatse. Zij die gebruik wensen te maken van de lange opvang in Het Wespenestje, maken dit duidelijk aan de begeleiding door het gepaste kaartje (‘schoolbus Het Wespenestje’) aan de boekentas te hangen. Dit kaartje is te verkrijgen in de school. Zij zullen door de bus opgepikt en naar Wespelaar gebracht worden.

***BELANGRIJK***
Om gebruik te kunnen maken van de opvang van Hop-la! en/of Het Wespenestje
moet er vooraf ingeschreven worden voor beide initiatieven afzonderlijk.

Voor alle informatie en inschrijving voor Hop-la! kan u terecht op de website van Hop-la!: www.hoplahaacht.be of via www.igo.be.
Hier vindt u vanaf 1 juli 2012 ook het huishoudelijke reglement van Hop-la! terug.

IGO (die in opdracht van de gemeente instaat voor de organisatie en de coördinatie van Hop-la!) vindt u op het volgende adres: Aarschotsesteenweg 212, 3010 Leuven (016/29.85.40)

Contactpersoon en coördinator: Kim Dierickx – kim.dierickx@igo.be – 016/29.85.56.

Voor alle informatie en inschrijving voor Het Wespenestje kan u terecht bij het Wespenestje (016/60.78.98).

Via deze brief willen wij u, als ouder, eveneens graag op de hoogte brengen van enkele nieuwtjes binnen Hop-la!:

  • Aangezien in sommige scholen de opvang beter per kwartier dan per half uur aangerekend kan worden, besliste de gemeente om de opvang in alle Hop-la!-vestigingen vanaf september 2012 aan te rekenen aan € 0,50 per begonnen kwartier (i.p.v. € 1 per begonnen half uur).
  • Gezinnen met financiële problemen kunnen aanspraak maken op het sociaal tarief: zie voorwaarden in het huishoudelijk reglement van Hop-la!.
  • Het dragen van een fluo vestje is verplicht tijdens alle verplaatsingen tussen de school, de schoolopvang Hop-la! en de lange opvang in Het Wespenestje.

 

3.4. Leerlingenvervoer

Carpoolen
Wij promoten carpoolen. Dit gebeurt op vrijwillige basis en wordt niet door de school georganiseerd.

Openbaar vervoer
De bel-bus (zie het aanbod van De Lijn) stopt aan onze schoolpoort. Kinderen die wonen in Haacht kunnen een beroep doen op de schoolbus van de gemeente Haacht (meer info op de Muze)

Vervoer bij uitstappen
Wij doen regelmatig beroep op de ouders voor vervoer (zie ook verder onder “engagement”). In principe moeten volgens de verkeersreglementering alle kinderen in een wagen een gordel dragen. Concreet betekent dit, dat je ook vooraan een kind mag plaatsen als de achterbank volzet is. Het gebruik van kinderzitjes is verplicht.

Vervoer naar zwemmen en sport
Het vervoer wordt verzorgd door een busmaatschappij.

3.5. Sport op school

Sport
Tweewekelijks gaan we 1 uur sporten in de sporthal ‘Den Dijk’ te Wespelaar. Sport wordt door de begeleiders zelf gegeven.
De kinderen vanaf het eerste leerjaar hebben turnkledij nodig in de school. Sportschoenen of pantoffels met witte zool, T-shirt en sportbroek. Deze worden telkens terug mee naar huis genomen.

Zwemmen
Tweewekelijks gaan we 45’ zwemmen in het zwembad te Tremelo. De begeleiders en de ouders geven zwemles. Zwemkledij wordt op de dag zelf meegebracht en terug meegenomen.

3.6. Veiligheid

De schoolpoort
We vragen de ouders hun kind te begeleiden van de auto tot binnen de schoolpoort. Kinderen worden afgehaald binnen de schoolpoort. Het is de verantwoordelijkheid van elke ouder om de schoolpoort achter zich te sluiten. Voor het verlaten van de school tijdens een klasdag is schriftelijke toestemming van de ouders vereist. Ook in dat geval wordt het kind binnen de schoolomheining afgehaald.

Indien uw kind door derden (oma of opa, buurvrouw of buurman, kinderoppas etc…) zal worden afgehaald moet de school daar op voorhand uitdrukkelijk van op de hoogte zijn !

Kinderen mogen in geen enkel geval alleen naar huis gaan.

Brandveiligheid
We volgen de voorschriften van de Leuvense brandweer op. Jaarlijks houden we ook een brand-oefening waarvoor een evacuatieplan werd opgesteld.

Verzekering
Brandverzekering en de verzekering Burgerlijke Aansprakelijkheid zijn afgesloten bij een marktleider in de verzekeringssector. De weg van huis naar school en omgekeerd is gedekt door de schoolpolis. (Fysieke schade, materiële schade in principe niet) Alle uitstappen met school of klas behoren tot de activiteiten van de school en zijn dus door de schoolpolis gedekt.

Fietsen
Fietsen worden in de fietsenstalling geparkeerd. Vanaf de schoolpoort nemen de fietsers de fiets aan de hand.

3.7. Maaltijden

De kinderen brengen zelf hun boterhammen mee in een brooddoos. Snoepen doen wij niet/ weinig op de Muze, een dessert kan in de brooddoos (koek of fruit).Drank is er op school (water, melk en één keer per week is er chocomelk), kinderen die soyamelk drinken brengen dat zelf mee.Elke leefgroep eet in zijn eigen klas samen met de leefgroep. We vinden dit een belangrijk moment (sociaal gebeuren) en vragen dus aan iedereen om op school te blijven eten. Soep is er één keer in de week
( door ouders gemaakt). Kleuters die in de namiddag naar huis gaan, kunnen worden afgehaald om 12.45u.( ze eten nog mee met de groep).

3.8. Gezondheid

Ongevallen
Bij ongevallen, waarbij verzorging door een arts noodzakelijk is, gaat er iemand van de school met het kind naar de dokter of naar de dienst spoedgevallen. Ouders worden onmiddellijk gecontacteerd. De schoolverzekering dekt de kosten die niet door het ziekenfonds worden terugbetaald. De school laat het aangifteformulier door de arts invullen. Dit wordt door de ouders aangevuld en terug aan de administratie bezorgd.

Kinderen die ziek worden op school
De ouders van kinderen, die ziek worden op school en niet meer in staat zijn in de klas te func-tioneren, worden verwittigd. De school rekent erop dat de kinderen zo snel mogelijk worden afgehaald.

Kinderen die ziek worden op kamp (bosklassen, boerderijklassen etc…)
Kinderen die reeds ziek zijn bij de aanvang van een kamp mogen niet meegestuurd worden en dienen thuis opgevangen te worden. Na genezing staat het de ouders vrij om het kind alsnog naar de plaats van het kamp te brengen, in overleg met de begeleiders.

Wanneer kinderen op kamp ziek worden zullen de ouders verwittigd worden. De begeleider heeft het recht om de ouders te vragen het kind op te halen indien hij of zij oordeelt dat de ziekte van het kind een dergelijke zorg vereist dat de normale kampwerking voor de andere kinderen wordt verstoord.

Luizen en besmettelijke ziekten
Enkele ouders (luizenbrigade) controleren een paar keer per jaar alle kinderen op hoofdluizen.Het vaststellen van neten of luizen wordt gemeld aan de ouders via een brief van het CLB.
Besmettelijke ziekten worden aan de begeleider gemeld. Als het nodig is worden besmette kinderen thuis gehouden. Mocht het nodig zijn dan wordt er navraag gedaan bij de schoolarts/CLB.

Roken
In het schoolgebouw wordt niet gerookt.

3.9. Milieuzorg en afvalbeleid

Onze school wil een milieubewuste school zijn. Daarom ondertekenden we een “contract” dat MOS genoemd wordt (milieuzorg op school). Het afval proberen we zoveel mogelijk te voorkomen en wordt gescheiden opgehaald: restafval, PMD (plastic-, metaal- en drankkartons), karton en papier, fruit-, tuin- en chemisch afval. Kinderen brengen een brooddoos mee, geen zilverpapier. Drank op school wordt voorzien in glazen flesjes.

3.10. Uitstappen en kampen

Uitstappen en kampen vormen een belangrijk deel van de Freinet-pedagogiek. Er wordt regelmatig op uitstap gegaan in functie van de projecten of naar theater, film, musea,… Elk jaar gaan we met de ganse school op bosklassen. De duur van het kamp is afhankelijk van de leeftijd van de kinderen. De oudste leefgroep gaat ook met de leefgroep op kamp. De ondersteuning door de ouders is hier essen-tieel: betrokkenheid, vertrouwen, veiligheid, vervoer, enz.

Kinderen die niet meegaan op uitstap worden op school opgevangen. De ouders dienen schriftelijk en op voorhand aan de begeleider kenbaar te maken dat hun kind de uitstap niet zal bijwonen maar ver-kiest op school opgevangen te worden.

3.11. Leermiddelen

Naast de natuurlijke methode werken we in het lager met werkboeken (door de school aangekocht) voor rekenen (Zo gezegd, zo gerekend).
Voor taal is er ‘Schrijfdans’ (vanaf 3de kleuterklas en 1ste graad) en Tijd voor Taal in de lagere school.

3.12. Engagement

Van ouders die hun kinderen inschrijven in een Freinetschool (en meer bepaald in De Muze) wordt een groot persoonlijk engagement verwacht. Deze vorm van onderwijs wordt in sterke mate gedragen door de oudergemeenschap.

Poets
Er wordt van de ouders verwacht dat zij op regelmatige tijdstippen het klaslokaal van hun kind poetsen. De modaliteiten van dit beurtrolsysteem worden op de algemene vergadering toegelicht en kunnen op verzoek door de begeleiders van een bijkomende toelichting worden voorzien.

Uitstappen
Op regelmatige tijdstippen zal door de begeleiders naar de oudergroep toe een vraag worden gesteld voor extra steun. Dat kan gaan van het vergezellen van de groep op uitstappen, het verzorgen van vervoer tot het helpen bij het omkleden van de kleuters bij het zwemmen.

De mate waarin dergelijke extra steun past in het pedagogisch project wordt door het team bepaald. Daarom zal bij nood aan dergelijke steun steeds een expliciete vraag worden gesteld. Soms zal die steun broodnodig zijn, op andere momenten misschien niet.

Werkgroepen
Vermits de Freinetmethodiek reeds een erg grote inzet met zich meebrengt voor het team, wordt een groot engagement van de oudergroep verwacht voor het organiseren van al die omkaderende activi-teiten die het klimaat scheppen waarin optimaal onderwijs kan worden gegeven. Denken we hierbij aan het uitvoeren van klussen in de gebouwen, aan het onderhoud van de tuin, aan het organiseren van feestelijkheden in de school etc….

We verwijzen hier ook terug naar de rol van de “verantwoordelijken” zoals die is omschreven in de bewuste paragraaf bij de uiteenzetting rond de organen van de school. Deze mensen moeten absoluut kunnen rekenen op een voldoende grote groep van vrijwilligers onder de ouders opdat het team de nodige tijd zou kunnen vrijmaken voor het pedagogische aspect. De tijd die ouders hiervoor investeren komt de kwaliteit van het onderwijs indirect zeer ten goede.